
De vanzelfsprekende volgende stap is niet alleen “gezond ouder worden”. Het is veroudering terugdraaien.
Dat klinkt voor veel mensen nog absurd, maar ons huidige model is eigenlijk veel vreemder. We hebben een steeds groter wordende groep ouderen, steeds hogere zorgkosten en steeds minder werkenden per gepensioneerde. Vervolgens proberen we dat systeem draaiende te houden door voortdurend nieuwe mensen te produceren en twintig tot vijfentwintig jaar in hen te investeren voordat ze volledig zelfstandig en productief zijn.
Doe gewoon eens een bierviltjesberekening van wat één nieuw mens kost. Zwangerschap en geboorte, kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, subsidies, ouderlijke werktijd, begeleiding, studie. Daar gaat een gigantische hoeveelheid kapitaal en arbeid in zitten voordat iemand überhaupt op het punt komt waarop een ervaren zestigjarige al tientallen jaren staat.
En ondertussen gooien we aan de andere kant precies dat opgebouwde menselijke kapitaal weg.
Iemand van zestig of zeventig heeft misschien veertig of vijftig jaar kennis, ervaring, vaardigheden, sociale relaties en professioneel inzicht opgebouwd. Vervolgens laten we het lichaam langzaam verslijten en besteden we steeds grotere bedragen aan het managen van die slijtage.
Want wat kost het eigenlijk om oma de laatste twintig jaar oud te laten zijn?
Artsen. Medicijnen. Diabeteszorg. Staaroperaties. Nieuwe heupen. Hartoperaties. Kankerbehandeling. Revalidatie. Thuiszorg. Wijkverpleging. Hulpmiddelen. Ziekenhuisopnames. En voor een deel van de bevolking uiteindelijk jaren dementiezorg en verblijf in een verpleeghuis.
Daarbovenop staat een tweede, grotendeels verborgen rekening: de familie.
Kinderen die minder gaan werken om voor hun ouders te zorgen. Partners die mantelzorger worden. Mensen die afspraken, ziekenhuisbezoeken en crisissituaties moeten opvangen. Werkgevers die werknemers tijdelijk of langdurig minder inzetbaar zien worden.
En uiteindelijk komt de dood zelf.
Een moeder sterft. Een vader sterft. Een partner sterft. Mensen functioneren weken of maanden minder goed. Soms raken ze langdurig uit balans. Ook dat heeft een menselijke én economische prijs, alleen staat die zelden netjes op één begrotingsregel.
En dan doen we iets merkwaardigs: we accepteren al die kosten als onvermijdelijk, terwijl we tegelijkertijd enorme bedragen investeren in het opvoeden van een volgende generatie die uiteindelijk precies hetzelfde traject opnieuw doorloopt.
Als biologische verjonging technisch haalbaar wordt, verandert die rekensom volledig.
Stel dat je voor €100.000 of €200.000 niet één ziekte behandelt, maar de biologische leeftijd werkelijk twintig, dertig of veertig jaar terugzet.
Dan krijg je niet alleen minder zorgkosten.
Je behoudt een volledig opgeleide, ervaren mens.
Je grootmoeder is niet langer een kwetsbare vrouw van 82 die langzaam steeds meer zorg nodig heeft. Ze is biologisch weer 28. Rood haar. Gladde huid. Gespierde benen. Vijf kilometer hardlopen. Pilates. Zelfvertrouwen als een tank. Vijftig jaar levenservaring in een jong lichaam.
En misschien vliegt ze daarna naar Senegal om irrigatieprojecten te helpen bouwen.
Dat klinkt grappig, maar economisch is het een bloedserieuze gedachte.
Waarom zouden we enorme hoeveelheden geld besteden aan het beheren van biologische aftakeling én aan het voortdurend opleiden van vervangende mensen, als we op termijn misschien het reeds opgebouwde menselijke kapitaal kunnen behouden?
Vergrijzing is niet alleen een pensioenprobleem.
Het is een kapitaalprobleem, een arbeidsmarktprobleem, een zorgprobleem en uiteindelijk een biomedisch probleem.
Als veroudering behandelbaar wordt, kan verjonging één van de grootste economische investeringen zijn die een samenleving ooit kan doen.
De vanzelfsprekende volgende stap is niet alleen “gezond ouder worden”. Het is veroudering terugdraaien.
Voor de meeste mensen voelt die discussie waarschijnlijk alsof ze met een twee weken oude haring hard in het gezicht worden geslagen. Ze zien hem niet aankomen, vinden hem buitengewoon onaangenaam en weten vervolgens niet precies wat ze ermee aan moeten.
Want weinig mensen geloven werkelijk dat veroudering omkeerbaar zou kunnen zijn, laat staan dat we daar serieus beleid rond zouden moeten gaan voeren.
Maar dit is inmiddels geen onderwerp meer dat uitsluitend thuishoort bij sciencefictionauteurs en zonderlinge miljardairs. Onderzoekers werken daadwerkelijk aan gedeeltelijke cellulaire herprogrammering, senescente cellen, regeneratie en andere mechanismen waarmee kenmerken van biologische veroudering kunnen worden teruggedraaid. In juni 2026 kreeg zelfs de eerste proefpersoon een experimentele cellulaire herprogrammeringstherapie toegediend, gericht op verjonging van beschadigde cellen in het oog. Dat is nog mijlenver verwijderd van een zeventigjarige die als vijfentwintigjarige de kliniek uitloopt, maar de fundamentele gedachte dat biologische veroudering veranderbaar is, wordt inmiddels serieus onderzocht.
En als dat uiteindelijk kan, moeten we ophouden met lafjes denken in termen van “iets minder snel achteruitgaan”.
Dan is het doel niet: oma kan op haar 88ste nog nét zelfstandig de trap op.
Het doel is: het proces omdraaien.
Mensen van zeventig weer biologisch jong maken.
Misschien ziet zo’n behandeling er uiteindelijk helemaal niet spectaculair uit. Je gaat vrijwillig naar een kliniek, blijft daar een paar weken, krijgt een combinatie van geneesmiddelen, cellulaire behandelingen, voeding, fysiotherapie en misschien hier en daar een kleine operatie. Je kijkt televisie. Je slaapt veel. Je lichaam wordt voortdurend gecontroleerd.
En een maand later wandel je naar buiten.
“Zo. En nu snoeiharde techno, godverdomme. Ik ben vanaf vandaag bi.”
Oma heeft blauw haar, piercings en gaat LOS. In september begint ze aan haar studie nucleaire kernfysica aan het Max Planck Instituut. Vibe? Zentralmensa? Here I come!
Fuck jullie allemaal maar met je batikken. Steek je kantklossen maar in je reed.
En juist dáár begint het economische verhaal.
Ons huidige systeem is eigenlijk buitengewoon vreemd. We hebben een steeds groter wordende groep ouderen, steeds hogere zorgkosten en steeds minder werkenden per gepensioneerde. Vervolgens proberen we dat systeem draaiende te houden door voortdurend nieuwe mensen te produceren en twintig tot vijfentwintig jaar in hen te investeren voordat ze volledig zelfstandig en productief zijn.
Doe gewoon eens een bierviltjesberekening van wat één nieuw mens kost. Zwangerschap en geboorte, kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, subsidies, ouderlijke werktijd, begeleiding, studie. Daar gaat een gigantische hoeveelheid kapitaal en arbeid in zitten voordat iemand überhaupt op het punt komt waarop een ervaren zestigjarige al tientallen jaren staat.
En ondertussen gooien we aan de andere kant precies dat opgebouwde menselijke kapitaal weg.
Iemand van zestig of zeventig heeft misschien veertig of vijftig jaar kennis, ervaring, vaardigheden, sociale relaties en professioneel inzicht opgebouwd. Vervolgens laten we het lichaam langzaam verslijten en besteden we steeds grotere bedragen aan het managen van die slijtage.
Want wat kost het eigenlijk om oma de laatste twintig jaar oud te laten zijn?
Artsen. Medicijnen. Diabeteszorg. Staaroperaties. Nieuwe heupen. Hartoperaties. Kankerbehandeling. Revalidatie. Thuiszorg. Wijkverpleging. Hulpmiddelen. Ziekenhuisopnames. En voor een deel van de bevolking uiteindelijk jaren dementiezorg en verblijf in een verpleeghuis.
Daarbovenop staat een tweede, grotendeels verborgen rekening: de familie.
Kinderen die minder gaan werken om voor hun ouders te zorgen. Partners die mantelzorger worden. Mensen die afspraken, ziekenhuisbezoeken en crisissituaties moeten opvangen. Werkgevers die werknemers tijdelijk of langdurig minder inzetbaar zien worden.
En uiteindelijk komt de dood zelf.
Een moeder sterft. Een vader sterft. Een partner sterft. Mensen functioneren weken of maanden minder goed. Soms raken ze langdurig uit balans. Ook dat heeft een menselijke én economische prijs, alleen staat die zelden netjes op één begrotingsregel.
En dan doen we iets merkwaardigs: we accepteren al die kosten als onvermijdelijk, terwijl we tegelijkertijd enorme bedragen investeren in het opvoeden van een volgende generatie die uiteindelijk precies hetzelfde traject opnieuw doorloopt.
En nee, een dergelijke technologie hoeft uiteindelijk helemaal niet uitsluitend voor miljardairs te zijn.
Een hartoperatie is ook technologisch absurd ingewikkeld. Een MRI-scanner is absurd ingewikkeld. IVF was ooit experimentele topgeneeskunde. Computers waren ooit apparaten die alleen overheden en universiteiten konden betalen.
Als een mens een huis kan financieren, een auto kan kopen, naar Thailand kan vliegen of straks een huishoudrobot kan aanschaffen, waarom zou een industriële samenleving dan niet proberen een verjongingsbehandeling betaalbaar te maken? Doe eens effe normaal!
Dat is uiteindelijk geen natuurwet. Dat is productie, infrastructuur, schaal en politiek.
Stel dat je voor €100.000 of €200.000 niet één ziekte behandelt, maar de biologische leeftijd werkelijk twintig, dertig of veertig jaar terugzet.
Dan krijg je niet alleen minder zorgkosten.
Je behoudt een volledig opgeleide, ervaren mens.
Je grootmoeder is niet langer een kwetsbare vrouw van 82 die langzaam steeds meer zorg nodig heeft. Ze is biologisch weer 28. Rood haar. Gladde huid. Gespierde benen. Vijf kilometer hardlopen. Pilates. Zelfvertrouwen als een tank. Vijftig jaar levenservaring in een jong lichaam.
En misschien vliegt ze daarna naar Senegal om irrigatieprojecten te helpen bouwen.
Dat klinkt grappig, maar economisch is het een bloedserieuze gedachte.
Waarom zouden we enorme hoeveelheden geld besteden aan het beheren van biologische aftakeling én aan het voortdurend opleiden van vervangende mensen, als we op termijn misschien het reeds opgebouwde menselijke kapitaal kunnen behouden?
Vergrijzing is niet alleen een pensioenprobleem.
Het is een kapitaalprobleem, een arbeidsmarktprobleem, een zorgprobleem en uiteindelijk een biomedisch probleem.
De techniek om een zeventigjarige werkelijk weer vijfentwintig te maken bestaat vandaag nog niet. Maar in 2026 is het evenmin verstandig om zonder meer aan te nemen dat biologische veroudering een onaantastbare eenrichtingsstraat is. Experimentele verjonging van cellen en weefsels is inmiddels een serieus onderzoeksveld en heeft de eerste stap naar menselijke klinische proeven gezet.
Als we er uiteindelijk in slagen veroudering zelf behandelbaar te maken, kan verjonging één van de grootste economische én menselijke investeringen zijn die een samenleving ooit doet.